Lode Ansoms aan het woord

 

Ik zag "het levenslicht" zoals men dat zo mooi zegt, op 8 januari 1938 in Loenhout, een deelgemeente van Wuustwezel. Ik word dus stilletjes aan een ouwe rakker. Correctie: ik ben het al. In de Noorderkempen groeide ik op, en zette mijn eerste stappen op het podium. Die eerste stapjes waren schuchtere pogingen bij de KSA. Enkele jaren later fladderde ik al rond bij de toneelkring van de fanfare St. Lucia. Daar ontdekte ik "de vrouwen". T.t.z: de opkomst van de vrouwen in het theater werd al algemeen aanvaard. In die tijd was ik de trotse bezitter van wat de meisjes noemden "een leuke, aanvallige  kop". Nu al lang niet meer. Oordeel zelf. Ik werd tot "jeune premier" gebombardeerd en dartelde al zoenend over de scène. Dik tegen mijn goesting soms. Maar ja, de auteur van het stuk wou het zo. De regisseur wou het zo. Wat de dames in kwestie ervan dachten, liet die gasten koud. Nog minder werd er rekening gehouden met mijn mening. En...ik had helemaal geen kussersmond. Daar waren de dames het over eens. Ik offerde mij op voor de kunst. "Hij leerde zijn volk kussen" hoeft niet op mijn grafsteen.

Omwille van mijn job (computerprogrammeur bij een grote financiële instelling) verhuisde ik na mijn huwelijk naar Mechelen. Van theater was in het begin geen sprake meer. Eerst wat kindjes kopen (2 meisjes, 2 jongens) en mijn vrouwtje gelukkig maken, zoals van mij werd verwacht.

Maar de toneelmicrobe kreeg me weer te pakken. Ik sloot me aan bij een Mechelse amateurkring en was weer in de waggel. Ontelbare rollen gespeeld, geregisseerd. Maar ergens in mijn achterhoofd spookte een duiveltje rond: het schrijversduiveltje.

Voor een bak Duvel (je leest het goed) knutselde ik mijn eerste stuk in elkaar. "Liefde en meloenen" werd het Vlaamse land ingestuurd. Tot mijn grote verbazing, want ik had nog veel te leren, werd dat meteen op verscheidene plaatsen opgevoerd.

Sindsdien is er geen houden meer aan. Blijspelen, komedies, thrillers en mijn grote liefde "de tragikomedie", ik probeer ze allemaal uit. Ik sta op met mijn personages. Ik ga ermee slapen (ook met de heren ja) en ik zie mijn stuk groeien. Tot ergernis van mijn kroost loop ik dan rond met een verdwaasde kop. Ik ben niet meer van deze wereld. Maar...als ik "mijn mensen" zie evolueren op de scène en ze doen wat ik hen heb meegegeven, dan ben ik apetrots dat het me weer eens is gelukt.

Nog dit: ik ben aangesloten bij auteursbureau ALMO, vennoot bij SABAM en bestuurslid (penningmeester) bij VTA Vlaamse toneelauteurs vzw.

Bibliografie