Nadat Carvalho, directeur van het theater Vaudeville, aan Bizet de opdracht had gegeven om de novelle van Alphonse Daudet uit diens "Lettres de mon Moulin" te orkestreren voor theater, trok Bizet voor een week naar de Provence. Daudet bezorgde hem enkele Provençaalse melodieën, die de componist in zijn partituur verwerkte, en die veel tot de typische sfeer hebben bijgedragen. Bizet poogde niet alleen de novelle om te zetten in acterende klanken maar trachtte tevens aan de hand van harmonische progressies tot kleurrijke maar contrasterende effecten te komen die deden denken aan zijn tijdgenoot en schilder Cézanne.
Een beperkt effectief van slechts 26 instrumentalisten en zeer ondankbare akoestische omstandigheden noopten Bizet tot een uitzonderlijke doeltreffendheid bij het orkestreren van zijn Arlésienne. Hij aarzelde dan ook geen ogenblik om voor het eerst in de geschiedenis de saxofoon een plaats te geven in de orkestratie. Nochtans zou zijn prachtige toneelmuziek voor l’Arlésienne, (27 delen, waarvan 6 voor het koor en 21 voor het orkest), waarvan de eerste opvoering op 1 oktober 1872 plaatsvond in het Parijse Théatre de Vaudeville pas echt na zijn dood het verdiende sukses oogsten.
Bizet behoorde tot de groep van geïnspireerde componisten van die tijd zoals Berlioz, Franck, Saint-Saëns. Voor het Franse publiek van voor het impressionisme moet hun plastisch vocabularium wel een abstractie hebben geleken. Deze componisten begrepen de grotere waarden van een psychische dramatiek. Zij leefden elk in verhouding tot hun persoonlijkheid, in een ideologie, waarvan de betekenis meer psychisch dan zuiver rationeel was en meer met het gevoel dan met het verstand zou worden begrepen.
Bizet zelf was echter de eerste onder de Franse musici die de invloed onderging van het realisme, waarmee de romanschrijvers reeds geruime tijd experimenteerden. Nu wordt men die invloed niet onmiddellijk gewaar in de verleidelijke opera "Pêcheurs de perles" uit 1863, evenmin als in de vandaag gebrachte "L' Arlésienne", maar pas echt in "Carmen". Toch valt op te merken dat de tragische geschiedenis van l’Arlésienne, die door Bizet muzikaal wordt vertolkt, gebaseerd is op waar gebeurde feiten die Daudet zelf vernomen heeft uit de mond van zijn vriend (en provençaals dichter van formaat) Mistral.