Eugène Ionesco

Eugène Ionesco werd geboren in Slatina (Roemenië) op 26 november 1909.  Zijn vader was een Roemeens jurist, zijn moeder was de dochter van een Frans ingenieur die in Roemenië werkte.  Kort na de geboorte van Eugène verhuist de familie Ionesco naar Parijs.

In mei 1922 keert Ionesco terug naar Roemenië.  Hij leert er de taal en loopt er school.  Ionesco zou, net als zijn vader, ingenieur worden maar al snel werd duidelijk dat hij zich meer interesseerde voor literatuur en poëzie.  Van 1928 tot 1935 schrijft hij artikels in meerdere Roemeense weekbladen.  In 1934 publiceert Ionesco 'Nu' (Neen!), een collectie van kritische protest essays.  Hij veroorzaakt hiermee heel wat opschudding in Roemeense literaire kringen door zijn vernietigende, subversieve aanval tegen de vaste waarden van het Roemeense literaire establishment : Tudor Arghezi, Ion Barbu, Camil Petrescu en Mircea Eliade.

In juli 1936 trouwt Ionesco met Rodica Burileanu.  Drie maand later sterft zijn moeder.  Met zijn vader, die intussen gescheiden en hertrouwd is, onderhoudt hij geen goede betrekkingen.  Ter illustratie de volgende uitspraak : "de laatste keer toen ik hem zag was ik afgestudeerd... was ik getrouwd...  Hij respecteerde de staat, ik haatte de staat.  Hij noemde mij jood-vriendelijk. - het is beter jood-vriendelijk te zijn dan een idioot te zijn !"

In 1938 verlaat Ionesco Roemenie om opnieuw in Frankrijk te gaan wonen waar hij kennis maakt met de werken van Emmanuel Mounier, Berdiaev, Jacques Maritain en Gabriel Marcel.  Als WOII uitbreekt verhuist hij opnieuw naar Roemenie waar hij werkt als leraar Frans in Boekarest.  De situatie in Roemenie is echter zo slecht dat hij al snel spijt krijgt dat hij Frankrijk verlaten heeft en na meerdere mislukte pogingen slaagt hij er in 1942 in om samen met zijn vrouw opnieuw uit te wijken naar Frankrijk.  Het leven is er moeilijk en er is weinig werkgelegenheid.  Ionesco werkt er als proeflezer bij een uitgever.  In 1948 begint hij met het schrijven van het toneelstuk 'La Cantatrice Chauve' (De Kale Zangeres) dat voor het eerst opgevoerd wordt in 1950 in het Théâtre des Noctambules, overigens zonder succes.  Enkel een handvol intellectuelen appreciëren en steunen hem.  Ionesco schrijft in totaal meer dan twintig toneelstukken.  De bekendste zijn, naast 'De kale Zangeres' : 'Rhinoceros' (1958), 'De Stoelen' (1951), 'De Les' (1951) en 'De Koning Sterft' (1961).  Ionesco ontvangt voor zijn werken tal van internationale onderscheidingen.  Hij wordt algemeen erkend als één van de toonaangevende figuren in de geschiedenis van het absurde theater dat het levenslicht zag in 1950 met een groep toneelschrijvers, waaronder naast Ionesco ook Samuel Beckett, Jean Genet en Harold Pinter.  Hun avant-garde stukken zijn gebaseerd op een Goddeloze wereld waar het menselijk bestaan geen zin of doel heeft, waardoor alle communicatie wegvalt.  Logische constructie en argumentatie maken plaats voor irrationele en onlogische gesprekken.  Het absurde theater bereikt zijn toppunt in Beckett's toneelstuk 'Breathe' in 1970 dat bestaat uit lawaai in plaats van dialoog.

Eugène Ionesco overlijdt op 28 maart 1994 in zijn residentie in Parijs.  Hij wordt begraven op het kerkhof van Montparnasse.