Anton Klee werd geboren te
Koersel in 1945. Naast zijn professionele bezigheden zocht hij naar
iets meer "geestelijk". Zijn liefde voor het theater wees hem de
weg. Drie
jaar lang volgde hij elke zaterdagnamiddag de cursussen toneelspeelkunst van het
Hasselts Toneel.
Zo werd hij een gewaardeerd acteur en regisseur in het
amateurtoneel waarin hij een vijftal jaren actief blijft. Dan krijgt hij
de schrijversmicrobe te pakken en na enige aarzeling - is het wel mogelijk om
van zijn pen te leven - waagt hij de grote stap. Hij kent de vereisten van het
medium theater, en zijn ervaringen bij het amateurtoneel hebben hem de knepen
van het vak geleerd. Na een niet zo gelukkige poging in het ernstige genre met
"Het experiment" gaat hij komedies en televisiescenario's schrijven.
Achtereenvolgens noemen wij: "Poppen", "Wat nu met Suzy?", "Cheese", "Zeg me wat
je wilt?", "De Nonnen van Navarone" en "The Rose Garden".
Anton Klee schreef ook een musical ("De Heilige Dwazen"), filmscenario's ("Leegstaande Huizen" naar een verhaal van Ward Ruyslinck, "Deadline" en "Lena") en hoorspellen als " De Kikker" en "De vierde etage".
Anton Klee maakt deel uit van het schrijverscollectief voor "Het Koekoeksnest" en "FC De Kampioenen". Dit laatste TV-scenario verwerkte hij tot een roman.
Anton Klee is een auteur van deze tijd die zijn schrijverstalent voor verschillende moderne media gebruikt. Zijn voorkeur gaat uit naar komedie. "Komedies liggen mij inderdaad zeer goed", zegt Anton Klee. "In mijn verbeelding bestaan geen rimpelloze situaties en relaties. Alles loopt altijd fout. Mijn aard is het dan om die menselijk 'tragedies' op een komische manier te verwerken". Zijn doel is mensen een avondje ontspanning te bezorgen, amusement zonder boodschap. Men mag dat dan 'pretentieloos' noemen, en de critici kunnen dit als minderwaardig beschouwen, toch is het even moeilijk een goed boulevardstuk te schrijven met het doel de mensen te ontspannen, als een stuk dat tot nadenken moet stemmen. Graag haalt hij hiervoor de grote Franse meester, Georges Feydeau, aan: "Er is geen enkel menselijk drama dat niet op zijn minst een paar komische en daardoor stupide aspecten bezit. In alle rampen die onze arme wereld treffen evenaart de domheid de gruwelijkheid".