In een groot flatgebouw aan de Eksterlaan te Brussel mag geen muis haar staart verroeren of de conciërge heeft het gehoord of gezien. Op de dagelijkse koffieklets van de dames Bellens, Rodier en Vinck passeert iedereen de revue. Het onmogelijke koppel, Suzanne Bellens en François Rodier, levert hen sowieso al stof tot roddelen. De hele kletsbrigade interesseert zich echter vooral voor de Ickxen. Bij deze nieuwe buren zit het er immers regelmatig bovenarms op. En ondertussen blijft Sylvain Bellens letterlijk en figuurlijk op zijn honger zitten. Wanneer er door de muur te horen valt dat meneer Ickx een woede-uitbarsting krijgt slaat de schrik hen om het hart.